U bevindt zich hier:  >> Het Heilig Wammes  >> Vlooienkoning 

Vlooienkoning

Een idee van een beeld
Het Heilig Wammes wilde al lang iets concreets overhouden aan het jaar 1994, het feestjaar, waarin de vereni-ging haar 4 x 11 vierde. Na veel wikken en wegen, pa-laberen en vergaderen en rekenen en omrekenen, ontstond het idee Maaseik en de Maaseikenaren een bronzen standbeeld te schenken. De Raad van Elf had wel twee voorwaarden voor het project van start ging.

Ten eerst moest het een eigentijds kunstwerk worden, dat de Maaseiker carnavalstraditie blijvend zou symboliseren. Ten tweede moest de stad een centrale en prestigieuze plaats voorzien, zodat beeld en vereniging de uitstraling kregen die bij hen hoorde.
Voorwaarde twee was binnen de kortste keren in kannen en kruiken: het schepencollege van Maaseik ging graag akkoord met het voorstel, besloot de nieuwe rotonde aan de Hepperpoort voor de vloeëjeküning te reserveren, en na de overdracht ook in te staan voor beveiliging en onderhoud.

 

Voorwaarde één lag iets moeilijker, omdat de vereniging daar in de eerste plaats een geschikte bronskunstenaar voor nodig had, maar na wat vijven en zessen ontdekte men in Genk Jan Praet, geboren in Eisden in 1955. Na de eerste contacten volgen er nog vele waarin vooral gepraat werd: de kunstenaar werd gebombardeerd met alle ingrediënten van carnaval in het algemeen en de Maaseiker variant in het bijzonder. Een en ander mondde uit in een viertal voorontwerpen, waaruit de Raad van Elf, streng maar rechtvaardig, de ‘beste’ maquette koos. Die maquette werd een jaar later een standbeeld door de goede zorgen, niet enkel van Jan Praet , maar ook van Bert Kemner, brons-gieter uit het Nederlandse Cuyck.

 

Een beeld van een idee.
Het moet gezegd, de vloeëjeküning oogt fraai en heeft de blik en de houding van een echte potentaat. Met de kin arrogant omhoog heerst hij over de onderdanen die als vlooien op en rond hem kruipen. Maar die eerste indruk klopt al dadelijk niet. Hij blijkt essentieel een vastenavondfiguur: zijn kroon lijkt op een narrenkap,en het koninklijke perkament in zijn linkerhand heeft als tekst: ‘Mezeikenaere, Lach, en veer de vastelaovend mèt het Heilig Wammes!
Zijn decoratie is een wammesmedaille, de scepter is een marot met drie maskers, één voor elke carnavalsdag, en de rest van zijn uniform bestaat uit lompen of gewoonweg niets: de broek draagt hij duidelijk niet... Anders gezegd: niets is wat het lijkt en alles is relatief.

 

In tegenstelling tot de imposante hoofdrolspeler lijken de figuranten eerder weggesprongen uit een vlooiencircus. Maar schijn bedriegt niet alleen met vastenavond.
Centraal stapt een harmonie, symbool voor de carnavals-optochten. Iets naar rechts zitten twee figuren, het bierglas in de hand, te luisteren naar een ‘buteredner’, pronkstuk van elke carnavalszitting. Aan hun rechterkant zie je twee verklede figuren met een draagmasker in de hand.

 

Uiterst rechts kruipen Maaseiker carnvalsvierders, perso-nificaties voor volkskundige tradities en verenigingen als vlooien tegen hun koning op. Zo maken zij hem duidelijk dat hij wel een prinselijk postuur en een vorstelijk statuut heeft, maar dat zij het eigenlijk zijn die het carnaval echt maken.

 

Van onder naar boven lezen we een telegram over vasten-avond in Maaseik: twee knapkoekers, een haringbijjter en bovenaan een carnavalist die triomfantelijk met de Maaseiker stadssleutel zwaait: alle macht aan de carnavalist! Uiterst links tenslotte de ‘Einzelgänger’, het buitenbeentje dat anders is dan anderen , maar toch kan genieten van
vastenavond, net zoals de toevallige voorbijganger die even tijd wil maken om het beeld te ‘lezen’ .


De vloeëjeküning is ondertussen niet meer weg te denken uit het straatbeeld.
Het project is dan ook een prima voorbeeld van hoe de samenwerking tussen vereniging, gemeente, burger en kunstenaar resulteert in een zeer geslaagde combinatie van cultuur en carnaval.